DEV
Concert Reportage door DvhN, FD & LC

Concert Reportage door DvhN, FD & LC

Haal het doek maar op, doe het licht maar aan; we mogen weer naar het theater en de levende muziek. Op gepaste afstand uiteraard, zittend aan tafeltjes, cultuurbeleving volgens de anderhalvemeternormen van het nieuwe normaal. Dat is wennen, voor artiest, publiek en programmeur. Een avondje Noord Nederlands Orkest (NNO): ,,Ik kan weer ademen.’’ Dagblad van het Noorden, Friesch Dagblad en Leeuwarder Courant waren bij het eerste post-lockdownconcert op 3 juli en schreven deze reportage.

Tekst: Inki de Jonge | Foto: Reyer Boxem

Het lijkt wel een club. De vloer van de Grote Zaal in cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen is bezaaid met zitjes rondom knus verlichte spiegeltafeltjes, afgezet met plantenbakken. Vrijdagavond 3 juli; het eerste post-lockdownconcert van het NNO staat te beginnen. De zaal is uitverkocht. In postlockdowntijden betekent dit dat er voor deze avond 150 kaarten zijn verkocht. Er mogen eigenlijk 200 in, maar vanavond moet er ook ruimte blijven voor de camera’s die het concert livestreamen op de websites van Omrop Fryslân en RTV Drenthe. Nooit was ruimte zo kostbaar als nu.

Concertmeester Joanna Wronko gaat staan en geeft het teken aan de hobo. Het orkest stemt in A. En daarmee is onmiddellijk de prettig verwachtingsvolle toon gezet die aan concerten voorafgaat.

Dirigent Antony Hermus snelt in vastberaden looppas naar de bok. ,,Dames en heren’’, zegt hij door de microfoon. ,,Welkom in De Oosterpoort. Wij zijn heel gelukkig weer te kunnen spelen. Dankuwel!’’ Het gewoonlijk klaterende applaus is nu meer een warme rimpeling. Maar voor een podiumartiest is zacht applaus altijd nog beter dan helemaal geen applaus.

Spotlights
De cellizetten in. Het omfloerste kopergeluid van de hoorn kondigt het begin van een nieuwe tijd aan. En zo begint het NNO met Dvořàks symfonie Uit de nieuwe Wereld toepasselijk aan een nieuwe fase in coronatijden.

Het doek mag weer op, het licht weer aan, want er is no business like showbusiness – cabaretier Wim Sonneveld zong al in de jaren 60 over het verlangen naar de spotlights. Een verlangen dat aan beide kanten van die spotlights werd gevoeld, zowel op het podium als in de zaal, zowel in de coulissen als erachter.

Maar niet iedereen geeft aan dat verlangen toe. Met name het wat oudere en kwetsbare publiek ziet het allemaal nog liever even aan. Velen blijven thuis.

Jaap Wolters en Carmen Cabo zitten aan een spiegeltafeltje achterin de zaal. Ze zijn te jong om oud te zijn en andersom, maar niets weerhield hen om vanavond te komen. Ze hebben het culturele leven gemist, zeggen ze, zonder dat is het allemaal maar armoe. Cabo werkt bij Rijksmuseum Boerhaave in Leiden. En daar durven de oudere mensen ook niet goed naar binnen. Het heerst.

,,Angst en voorzichtigheid hebben doorgaans een goed huwelijk’’, zegt Oosterpoort-programmeur Peter Sikkema. ,,Maar je moet de irreële angst wel wegnemen.’’

Koudwatervrees
Sikkema en zijn collega Henk Kuiper merken het: er heerst nog een zekere koudwatervrees onder bezoekers. Die vrees is misschien begrijpelijk, maar ongegrond, stellen ze. De Oosterpoort is aangesloten bij de VSCD, de Vereniging van Schouwburg en Concertgebouw Directies en volgt het door de minister goedgekeurde protocol. Het enige dat De Oosterpoort kan doen is: informeren, informeren, informeren.

,,De luchtverversing is een van de eerste dingen die we hebben gecheckt’’, zegt Kuiper. ,,De airconditioning is state of the art. Er wordt alleen verse lucht naar binnen geblazen, dus de luchtkwaliteit is 100 procent oké. Veiligheid gaat voor alles. De entrees zijn nu gescheiden, naar de Kleine Zaal ga je via de Palmslag, dus de oude ingang van De Oosterpoort, ga je naar de Grote Zaal dan neem je de hoofdingang. De garderobes worden niet gebruikt. We doen alleen online verkoop. Niet alle wc’s zijn open en tussen de zitplaatsen zijn telkens drie stoelen leeg. Dit is een groot gebouw, we hebben de ruimte, dat is ons voordeel.’’

Iedereen kan met een gerust hart weer naar theater en muziek, zo zegt Kuiper. Dit najaar, maar ook in juli en augustus al. ,,Tijdens Summer Stage, onze zomerprogrammering met onder meer het NNO, Bert Visscher en Reinout Douma, Altin Gün, The Kik, Izaline Calister, Het Houten Huis, Ko van den Bosch, het NNT met De Poolse Bruid en het Orkest van de Achttiende Eeuw.’’

‘Zou beste muzikale jaar ooit worden’
,,Maar de druiven zijn soms wel zuur. Dit jaar zou het beste muzikale jaar ooit worden’’, zegt Sikkema, die de muziekprogrammering doet. ,,Tientallen concerten waren uitverkocht. Er is in de muziek nog niets geannuleerd, alles wordt doorgeschoven, zelfs de Blues Night is in zijn geheel verplaatst naar volgend jaar. Bløf speelt maart 2021. Doe Maar oktober volgend jaar. En we gaan ervan uit dat Green Day volgend jaar in juni gewoon op de Drafbaan speelt. Je moet blijven organiseren, niet apathisch worden.’’

Take Root, het drukbezochte festival voor Amerikaanse handgemaakte muziek, gaat dit najaar evenwel niet door. Veel bands zegden af. En de massale toestroom zou lastig te regelen zijn. Sikkema: ,,Ook backstage, zie je het voor je? Dat we zouden omroepen: ‘Attentie, wil Jason Isbell nú naar de stage gaan?’ En daarna zijn drummer? Dat werkt niet.’’

‘Misschien-factor’
Theater en concertzalen mogen alleen gereserveerde zitplaatsen verkopen. Plukjes mensen in grote zalen: in de schouwburg passen nu 132 man, in de Grote Zaal van De Oosterpoort 232, in de Kleine Zaal 100. Daar kan het heel knus van worden, maar voor de rock-’n-roll schiet het niet op. Sikkema: ,,Een band als Chef’s Special komt niet voor 200 mensen op stoelen. Die wil een kolkende zaal van 1800 man, die dynamiek is zo anders en die band die je dan smeedt met je publiek hebben ze nodig om muziek te maken. Maar die bands wachten zo lang mogelijk met het bevestigen van een datum.’’

Dat, en de onzekerheid over de volksgezondheidsmaatregelen, maakt de ‘misschien-factor’ hoog. ,,Het is een groot schaakspel’’, zegt Sikkema. ,,Je maakt afspraken, op hoop van zegen ben je aan het schuiven, maar er is geen enkele zekerheid’’, bevestigt Kuiper, programmeur toneel, cabaret, dans en jeugdvoorstellingen. ,,Bert Visscher zat voor de zomer vijf keer vol in de schouwburg, ik heb op 12 maart ’s middags gebeld met zijn manager om te zeggen dat we alles naar juni zouden verplaatsen, na een paar weken belde ik hem weer: dat we het over de zomer heen moeten tillen. Bert is ook zo iemand die een volle bak nodig heeft.’’

Ombuigen
Veel artiesten zijn aan het ombuigen. Kuiper: ,,Sanne Wallis de Vries maakt een speciale coronavoorstelling die ze twee keer per avond kan spelen. Akwasi wilde vorige week juist graag voor 100 man in de Kleine Zaal. Maar De Kersentuin van ITA zou twee keer in oktober spelen, dat is niet te realiseren. Grote ensembles als Het Nationale Ballet kunnen de voorstellingen waaraan ze zo lang hebben gewerkt, niet zomaar verkleinen en goedkoper maken.’’

Verbinding leggen met publiek dat in plukjes over de zaal is verdeeld; dat kan onwennig zijn voor podiumartiesten die doorgaans voor volle zalen staan. Het NNO lijkt er op deze vrijdagavond echter geen enkele moeite mee te hebben. Dvořàk, Mozart, Schumann, Beethoven, de ouverture van Die Fledermaus van Strauss, alles wordt gespeeld met ogenschijnlijk gemak voor een verrukt publiek.

Artistiek leider Marcel Mandos is na afloop ‘trots en geraakt.’ ,,Dat zo’n orkest zich kan hervinden vind ik zo knap. We speelden met de helft van de bezetting, de helft minder strijkers, dat heeft een enorme invloed op de balans.’’ Alle musici zullen blijven spelen dit seizoen, zegt hij, in wisselende samenstelling. ,,We moeten dat getrainde team blijven.’’

Maar violiste Erna Sommer, met 25 jaar NNO-spelervaring, was toch zenuwachtig. ,,Het was wennen om zo ver uit elkaar te zitten, daar hebben we echt op moeten repeteren, initiatiefvoller moeten leren spelen. Je zit allemaal op een eilandje. Maar je hoort jezelf beter, dat is wel fijn.’’

Net als een kerk
De Grote Zaal is voorzien van een secondenlange galm, bedoeld om akoestische instrumenten op natuurlijke wijze te versterken. Voor de geluidstechnici van popbands is zo’n galm doorgaans een nachtmerrie, maar in deze anderhalvemeteropstelling zat de galm ook het NNO ineens in de weg. ,,Het was net als een kerk’’, zegt fluitist Francesco Gatti, die samen met harpiste Lauriane Chenais Mozart vertolkte. ,,It was a bit more difficult.’’

Slagwerker Menno Bosgra uit Drachten moest lang stilzitten voordat hij zijn instrumenten kon laten klinken. ,,Ik zag het publiek zitten, en ik zei tegen Johannes naast me: ‘Dit heb ik echt gemist’. Maar samenspelen op afstand was wel een probleem in het begin. Je hoort alles nét iets later, vooral als je verder van de dirigent af staat. Dus moet je alles een milliseconde eerder spelen.’’

Dirigent Antony Hermus parelt het zweet nog op het voorhoofd, maar hij stroomt over van enthousiasme. ,,Ik voelde vanavond een ongelooflijk aandachtig publiek. De zaal vulde zich met energie. Dit is een soort ontlading, we hebben zo lang droog gestaan. Ik had het gevoel weer te kunnen ademen.’’

Hij is niet de enige. Buiten, bij de hoofdingang, zegt de ene grijzende heer tegen de andere: ,,Ik kon me niet inhouden. Ik heb ‘bravo’ geroepen.’’

Actueel